maandag 1 augustus 2016

De zorg, voor wie een zorg?

Ik hoef maar een krant open te slaan of er is weer aandacht voor. Ik lees vooral vaak dat het allemaal verschrikkelijk duur is en steeds maar weer méér geld kost. Als ik de berichten voor waar aanneem holt ook de kwaliteit aanzienlijk achteruit.  Emancipatie, zelfredzaamheid en participatie zijn onvermijdelijke en belangrijke competenties die het gedrag typeren van alle directe betrokkenen. Ondertussen vervangen vrijwilligers er betaalde krachten. Meer doen met minder handen. De zorg. Voor wie is de zorg een zorg eigenlijk?

Babyboomers
Ontwikkeling aantal 65 en
80-plussers Nederland (bron CBS)
Ik ben gelukkig straks niet alleen als ik zorg nodig heb. Ergens tussen 2045 en 2050 zal ik 'pensioengerechtigd' zijn - alsof dat een recht is. Volgens mij gewoon een feit, maar goed. De geboortegolf, die begon na de Tweede Wereldoorlog, heeft in ons land een flinke stijging van het aantal inwoners opgeleverd. Die groei heeft zich alleen maar verder ontwikkeld door goede hygiëne en een medische wetenschap die soms wonderen verricht. Het aantal mensen stijgt dus nog altijd. Dat zal op een gegeven moment wel afvlakken, maar dan worden mensen wel nog steeds ouder, zo is de verwachting. Zie hiernaast afgebeelde grafiek.

Vergrijzing is allang geen modewoord meer, en tegelijk dus onvermijdelijk en blijvend. Oud worden is op zich geen probleem, maar als ik het eenmaal ben, stapelen de uitdagingen zich misschien op. Alleen kan ik dat nu allemaal nog niet overzien. Vanzelfsprekend hoop ik dat ik gezond oud wordt. Is een beetje geluk bij nodig. Het is natuurlijk nogal bepalend hoe ik oud word. Hoeveel en/of welke medische zorg heb ik nodig? Potentiële bedreigingen in overvloed. Hoe het ook zal gaan; ik moet altijd ergens wonen. Hoe gaat dat straks als ik oud ben?

Bejaardenhuis
Aan het begin van de twintigste eeuw waren de mogelijkheden beperkter dan vandaag de dag. In principe bleven ouderen gewoon op zichzelf wonen of anders bij één van de kinderen. Als dat allemaal niet mogelijk bleek, dan was er misschien een kerk die wat voor hulpbehoevenden zorgde. Later werd dat allemaal anders. Tegen de tweede helft van de twintigste eeuw konden bejaarden in één van de vele bejaardenhuizen terecht. Helemaal geweldig om zo te genieten van de oude dag na al die jaren van hard werken, kinderen opvoeden en het land vooruit helpen. Het woord bejaardenhuis klinkt alleen niet echt aardig dus gingen we die plekken op een gegeven moment verzorgingshuis noemen. Mensen werden er immers ook persoonlijk verzorgd. Aanvankelijk werden dergelijke instellingen overigens opgezet voor hulpbehoevende oude mannen. Vrouwen konden in huishoudelijke zin namelijk beter voor zichzelf zorgen. Later gingen toch ook vrouwen er naartoe. Wel zo gezellig voor die oude mannen.

Wat kost dat nou tegenwoordig?
Wanneer iemand in een verzorgingshuis terecht komt dan moet daar voor worden betaald. Het CAK is de instantie die dat regelt. Nergens woont iemand voor niets. De bijdrage kan op twee manieren worden berekend. Er is een lage en een hoge bijdrage. In principe betaalt iemand de eerste zes maanden de lage bijdrage. Deze blijft ook gelden wanneer er nog een partner thuis achterblijft. Wat moet worden bijgedragen wordt berekend aan de hand van het bijdrageplichtige inkomen. Dat inkomen is het jaarinkomen plus 8% van het totale vermogen. Over de uitkomst van die optelsom moet 12,5% worden betaald. Het bedrag kan per maand nooit hoger zijn dan € 838,60 (2016).

Als er geen partner is wordt de lage bijdrage na zes maanden omgezet naar een hoge bijdrage. Die is wat minder aantrekkelijk en heet niet voor niets hoge bijdrage. Het bijdrageplichtige inkomen staat dan namelijk gelijk aan het totale inkomen aangevuld met 8% van het vermogen. Wel mogen daar de kosten van levensonderhoud, verzekeringspremie en wat zakgeld vanaf worden getrokken. Maar wat overblijft is dus dat wat aan het verzorgingshuis moet worden betaald, met een maandelijks maximum van €2.301,40 (2016). Een beetje vermogen (bijvoorbeeld als er een huis is verkocht) kan er dus voor zorgen dat de maandelijkse kosten de pan uit rijzen. Op zich vind ik het vanzelfsprekend dat iemand die meer vermogen heeft wat meer betaald. De verschillen zijn echter wel fors en daarbij is ook gedurende iemands leven een verschil geweest in levensstandaard. Moet dat dan nu ineens veranderen? Bovendien denk ik dat mensen die wat geld over hebben, wel zo verstandig zijn om ervoor te zorgen dat zij zo min mogelijk gaan betalen. En dat terwijl er structureel geld bij moet in de zorg.

Thuis blijven wonen
Waar mag ik wonen?
Naast de huidige tendens ontstaan ook steeds vaker initiatieven waarbij ouders en kinderen toch in ieder geval in de buurt van elkaar kunnen blijven. Een kangoeroewoning of duowoning is een voorbeeld van zo'n initiatief. Beide een eigen plek maar wel zo dichtbij elkaar dat men voor elkaar kan zorgen. Niet alleen veel gezelliger, maar ook praktisch. Zo krijgen ouderen misschien wel de aandacht die ze nodig hebben en dan hoeven ze niet zo snel naar een verzorgingshuis voor gerichte zorg. En als de zorg toch steeds minder wordt, kunnen we die woongelegenheden ook net zo goed weer bejaardenhuizen noemen.

Misschien is het allemaal veel te ingewikkeld geworden. Natuurlijk zou het fijn zijn als er zorginstellingen blijven die hulpbehoevenden op kunnen vangen wanneer thuis wonen echt niet meer gaat. Maar zolang zelfstandig wonen nog wel gaat? Misschien moeten we terug naar het systeem van de goede oude tijd, waarbij ouders weer bij de kinderen inwonen. Los van de laatste 75 jaar is dat altijd al zo gegaan. Niets mis mee. Hoe dan ook, het is nu wel tijd dat we stoppen met die bezuinigingen! Zorg moet gewoon altijd goed zijn en dat gaat niet als er te weinig verzorgers zijn. Hopelijk verdwijnt dan eindelijk ook eens die negatieve berichtgeving over de zorg. Mensen die in een verzorgingshuis terecht komen, moeten gewoon goed verzorgd worden, wat dat dan ook kost. In een rijk land als Nederland zou dat toch normaal moeten zijn?


vrijdag 22 juli 2016

Oud worden in deze tijd

Kienen
Onlangs was ik in Kerkrade bij oma Krewinkel; de oma van mijn vrouw. Een schat van een mens met het hart op de tong. Ze is inmiddels gekrompen tot minimale proporties en steeds als ik haar weer zie lijkt ze weer kleiner geworden. Ze wordt volgende maand 94 en haar lichaam is zo langzamerhand wel door de reserves heen. Een loopje naar de keuken is vandaag de dag een wereldreis geworden. De tocht zelf duurt korter dan de tijd die ze vervolgens moet uitrusten van die onderneming.

Oma woont nog op zichzelf en slijt haar dagen met puzzelen en het volgen van nieuws op televisie. Met regelmaat kletst ze wat met de buren of wie er dan ook maar in de buurt is. Iedereen daar in de omgeving kent mevrouw Krewinkel. Als ze zich goed voelt waagt ze de tocht naar de gemeenschappelijke ruimte voor een onvervalst potje kienen (bingo). Ze is nog best fanatiek ook. Haar wereld wordt echter net als zijzelf steeds kleiner. Gelukkig heeft ze wel nog steeds een scherpe kijk op veel zaken. Af en toe schrijft ze een gedicht.

Kerkrade, juli 2016

Het is gewoon niet voor te stellen
Je moet met een mobieltje bellen
Daar kun je ook een tekst op lezen
Je moet altijd bereikbaar wezen
En dat kan dus niet gewoon
met een doodgewone telefoon

Wil je een kaartje kopen
Nee, niet naar de balie lopen
Daar is niemand meer te zien
Je kaartje komt uit een machien
Je moet dan overal op drukken
In de hoop dat het zal lukken
Pure zenuwsloperij
Achter je zie je een lange rij,
kwaad en tandenknarsend staan
De trein komt er al aan

Bij de bank wordt geen geld 
meer voor je uitgeteld
Want dat is tegen de cultuur
Het geld komt uit de muur
Aleen als je de code kent
Anders krijg je vast geen cent
Om je nog meer te plezieren,
mag je internetbankieren
Allemaal voor jouw gemak
Heb je alles onder één dak

Niemand die er ooit naar vroeg
Blijkbaar is het nooit genoeg
Man, man, man wat een geploeter
Alles moet met die computer
Anders sta je buitenspel
Op www.puntuit.nl,
vind je alle informatie
Die behoedt je voor frustratie

En als dat ding het dan niet doet
Dan wordt je tijd toch echt niet goed
Maar dan roept men dat je boft
Je hebt immers Microsoft
Ach, je gaat er soms aan onderdoor
Je raakt gewoonweg buitenspoor
Nee, het is geen kleinigheid
Oud worden in deze tijd

M.J. Krewinkel-Lassauw





woensdag 13 juli 2016

Wielrennen of dienstplicht

Heroïsch beeld
Ik lig televisie te kijken. Op het scherm zie ik dat het keihard regent, beetje hagelstenen erbij ook nog. Blij dat ik hier binnen zit. Er is iets spectaculairs gaande, maar omdat het donkerder en donkerder wordt zie ik steeds minder. Vanuit de verte komt een mager ventje steeds dichterbij. Hij zit op een heel klein fietsje en rijdt zo te zien alleen. Hij lijkt me niet echt met het weer bezig. Hij wordt achtervolgd door een horde auto's en motoren waarvan alle koplampen hem in de schijnwerpers zetten. Het tafereel ziet er heroïsch uit. De verslaggever meldt dat de wielrenner met zijn laatste kilometers bezig is. 'Het lijkt erop dat hij het gaat halen, ja hoor, hij gaat het halen!' Het beeld schakelt soms alvast even naar de finishlijn die getrokken is in de dwergstaat Andorra, in Arcalis om precies te zijn. Andorra? Dat is toch dat belastingparadijs? Klopt. Het is daar lekker wonen in het land dat leeft van export en toerisme. En er is nog iets met Andorra. Er geldt geen militaire dienstplicht. Ik dacht aanvankelijk dat dat in Nederland ook zo was, maar dat ligt toch iets anders.

Vrijwillig
Ik kan me nog herinneren dat ik de envelop opende welke ik had ontvangen van het Ministerie van Defensie. Ik was zeventien jaar en met van alles bezig, behalve met militaire dienst. Tot mijn vreugde las ik dan ook dat ik me niet hoefde te melden. Wel had ik de mogelijkheid om mijzelf nog vrijwillig aan te melden. Maar op dat moment leek mij dat in het geheel hoogst onaantrekkelijk. Een beetje zandhappen en schieten leken me best nog wel aardig. Ook zag ik weinig problemen met betrekking tot veel sporten en (spotgoedkoop) bier drinken. Alleen opvolgen van commando's en hiërarchie; daar had ik beduidend meer moeite mee. Ik had geen behoefte aan mensen die mij zouden vertellen wat goed voor me was. Ik besloot in stilte te bedanken voor de uitnodiging om mij vervolgens verder te richten op school, werken en uitgaan.

Herinvoering
Lotingsregister 1922
gemeente Alkemade 
Tot mijn schrik hoorde ik onlangs dat er op politiek niveau, en ook daarbuiten, steeds meer mensen het een goed idee lijkt om de dienstplicht weer te herintroduceren. Volgens al die voorstanders zijn er tal van redenen om de lotingsregisters weer te openen. Zo zou het onder andere goed zijn om de jeugd wat discipline en zelfvertrouwen bij te brengen. Tegelijkertijd zou herinvoering verbindend kunnen werken. Ik geloof hier niet zo in. De aanstormende generatie regelt verbinding tegenwoordig gewoon zelf en zit echt niet te wachten op betutteling of ontneming van de bewegingsvrijheid. Ik vraag me ook af of opvoeden een taak van defensie moet worden. Ik meen dat defensie zich vooral moet bemoeien met het voorkomen of desnoods voeren van oorlog. Dat is namelijk de reden dat de Nationale militie sinds begin van de negentiende eeuw mede uit ingelote dienstplichtigen bestond. Er waren destijds gewoon te weinig soldaten. Tot aan 1997 dan, want daarna ontbrak - voor mij gelukkig - even de noodzaak om er mee door te gaan.

Investeren of stoppen
Dienstplicht is dus nooit weggeweest, alleen de meldingsplicht staat momenteel even stil. Dat betekent dat iedereen - wellicht ook vrouwen? - tussen de 17 en 45 jaar, zich beschikbaar moet houden voor het Nederlandse leger. Dus als de pleuris uitbreekt, dan gaan we weer massaal in dienst. Maar als dat dan al gebeurd, is het maar de vraag of de krijgsmacht op tijd klaar is om zich te weren. Ik denk van niet, al vind ik wel dat Nederland een keuze moet maken. Óf stoppen met investeren in defensie óf juist veel meer investeren, zodat er ook een degelijk leger is opgeleid op het moment dat het nodig is. De status quo is wat mij betreft geen optie meer. Dreiging genoeg namelijk.

Militair
Ondertussen zit ik op de bank; op het puntje ervan dan hè. De door mij eerder geprezen Tom Dumoulin heeft het weer geflikt. De 25-jarige wielrenner heeft hard getraind, en is na kort het geloof in eigen kunnen kwijt te zijn geweest, weer opgestaan. Over discipline gesproken; hij heeft letterlijk en figuurlijk zijn rug gerecht. Mooi ook dat de winnaar, van de etappe naar het land waar geen dienstplicht geldt, ook zijn bravoure weer heeft teruggevonden. Dumoulin denkt deze Tour de France namelijk nog een rit te kunnen winnen. Dat zou zelfs aanstaande vrijdag al kunnen, want dan wordt een tijdrit verreden; toevallig zijn specialiteit. Ik hoop het voor hem. En misschien gaat hij zelfs tijdens de Olympische Spelen in Rio ook zo'n kunstje flikken. De verbroedering zal immens zijn. Het zou werkelijk zonde zijn geweest als hij daar vanwege dienstplicht niet mee had kunnen fietsen, al zou hij natuurlijk een uitstekende militair zijn geweest.