maandag 12 september 2016

Whisky en sigaren

Whisky
Zoals een enkeling wellicht weet houd ik op zijn tijd van een goed glas whisky. Maar niet alleen de smaak ervan vind ik interessant. Mijn nieuwsgierigheid wordt pas echt bevredigd wanneer ik wat achtergrondinformatie heb van datgene wat ik aan het drinken ben. Whisky is er in oneindig veel geuren, kleuren en smaken en omdat er nu eenmaal veel te proeven is, is er ook veel te leren. Proeven en leren gaan wat mij betreft hier dus hand in hand. Daarbij is het hanteren van de juiste volgorde van die twee zaken natuurlijk wel essentieel. Eerst veel proeven bevordert namelijk het leren voor geen meter.

Schotland
Wanneer iemand over whisky begon, dacht ik altijd direct aan Schotland. En Schotland is waarschijnlijk ook de bakermat. Maar op veel plekken ter wereld wordt tegenwoordig whisky geproduceerd. In Nederland dus ook. De serie whisky's onder de naam Millstone zijn zeker de moeite waard. De whisky's uit Japan daarentegen zijn bijna niet van hun Schotse neefjes te onderscheiden. In Amerika wordt zo niet nog driftiger gedistilleerd, maar noemt men het vaak bourbon, waarvan de basisgrondstof overigens minimaal 51% maïs moet zijn.

Hoe wordt whisky nou gemaakt?
De basis voor whisky kan dus maïs zijn, maar gerst vormt nog vaker de basis. Het proces start met het verwarmen van de basisgrondstof. Dit doet men door de gerst uit te spreiden over de moutvloer waaronder turf of een andere brandstof wordt verbrand. Het type brandstof bepaalt deels al de smaak van de uiteindelijke whisky. Wanneer bijvoorbeeld turf wordt gebruikt - wat rond distilleerderijen in de buurt van eilanden of de kust te vinden is - dan trekt die specifieke rook namelijk in de gerst. Net als bij mensen wordt er zo al op jonge leeftijd een basis gelegd voor een nieuw authentiek karakter. Zeker iets om rekening mee te houden wanneer je kiest welke whisky je wilt drinken.

Moutvloer
En dan verder?
Door het verwarmen van de grondstof gaat deze ontkiemen en hierdoor worden suikers aangemaakt. Suikers helpen bij de omzetting naar alcohol. Daarna wordt de gerst met water vermengd en gedistilleerd. Dit proces van distilleren wordt vervolgens een keer herhaald. In Ierland distilleert men zelfs drie keer wat doorgaans een zachtere whiskey oplevert. (Goed gezien; in Ierland, en ook in Amerika, schrijft men whiskey, met extra e).
Na het proces van distilleren is er spirit ontstaan. Een dan nog heldere drank met zeer hoog alcoholpercentage en wanneer je slokdarm je lief is, dus nog niet echt geschikt voor consumptie.

Rijpen op eiken vaten
Na het distillatieproces wordt de spirit overgedaan in eikenhouten vaten waarna de rijping begint. Er worden verschillende soorten eik gebruikt die op hun beurt ook weer hun eigen smaak afgeven. Zo staat Amerikaanse eik erom bekend vanilline af te geven wat een beetje de smaak van - logisch - vanille geeft aan de spirit. Amerikaans eik wordt wereldwijd het meest gebruikt, maar in Schotland gebruikt men meestal Europees eik. Soms gebruikt men vaten waar eerder sherry in heeft gerijpt. Deze vaten geven dan niet alleen een typische smaak, maar kleuren de spirit doorgaans ook donkerder.

Van het vat in de fles
Na minimaal drie jaar mag de drank officieel whisky worden genoemd en zou het onder die naam kunnen worden gebotteld, maar vaak wordt daar nog even mee gewacht. Meestal geldt; hoe langer gerijpt, des te exclusiever en duurder de whisky. De betere soorten kennen dan ook een veel langere rijping op het vat waarbij 10 of 12 jaar voorkomt, maar waar langer zeker geen uitzondering is.

Whisky moet minimaal 40% alcohol bevatten. Wanneer de drank in de fles gaat wordt dit dan ook gemeten. Er wordt water toegevoegd om de whisky naar een gewenst alcoholpercentage terug te brengen. Overigens komen hogere alcoholpercentages gewoon voor. Ooit heb ik eens geprobeerd om een whisky van 59% puur te drinken. De desbetreffende whisky was afkomstig uit Zwitserland en heette waarschijnlijk niet voor niets Old Bear. Die geluiden die je dan produceert...Dat was dus eens en nooit weer, maar wel onvergetelijk.

Proeverij
Het heeft even geduurd voordat ik whisky ben gaan waarderen. Voordat ik mijn vrouw leerde kennen, had ik er nog niet veel mee. Voor de duidelijkheid; Mijn vrouw is niet dé reden dat ik ben begonnen. Mijn schoonvader daarentegen wel. Hij heeft me een beetje wegwijs gemaakt in wat er zoal te koop is op whiskygebied. Mijn eigen nieuwsgierigheid deed de rest. Voor die tijd dronk ik ook al eens een glaasje, maar dat drinken had meer weg van misbruik. Later leerde ik dus dat er veel meer bestond dan Johny Walker, Famous Grouse of Jack Daniel's.

Inmiddels organiseren we met een selecte club een paar keer per jaar een proeverij. Zo'n avond ziet er als volgt uit; Iedereen brengt een door hemzelf geselecteerde whisky mee. Vervolgens wordt er een kleine spreekbeurt gehouden. Er komt dus ook wat huiswerk bij kijken, want we willen weten wat we drinken en waarom. De uitslovers verzorgen tevens een hapje ter begeleiding, maar het gaat natuurlijk om de whisky. Zo valt er nog veel meer te melden. Wat te denken van bijvoorbeeld ijs in whisky? Of, wanneer moet er water bij? En met welk glas drink je whisky eigenlijk het lekkerst? Een volgende keer zal ik wat anekdotes uit de boeken doen, want neem van mij aan, tijdens dergelijke avonden ontstaan altijd leuke gesprekken. Nog zo'n leuke bijwerking van whisky proeven. En dan heb ik het nog niet over sigaren gehad, maar ook daar kom ik nog wel eens op terug.




vrijdag 26 augustus 2016

Gratis wind

Vorige week was ik op het strand in Zandvoort. Het was prachtig helder weer en de zee was ongewoon rustig. Ik was naar het strand gegaan om even lekker te wandelen om vervolgens een gebakken visje geheel zonder schuldgevoel naar binnen te kunnen werken. De matige wind blies die dag uit het oosten waardoor er een enkele kwal in de branding zijn Waterloo vond. Maar wat mij vooral opviel was dat het windmolenpark zeer goed zichtbaar was. Daarom waren op de boulevard mensen bezig om nietsvermoedende voorbijgangers een petitie te laten tekenen, uiteraard tegen de komst van windmolens. Los van het feit of ik het er mee eens of oneens ben, loop ik dergelijke vertegenwoordigers standaard voorbij, al vind ik het nobel dat mensen zich inspannen voor de goede zaak. Maar is de komst van meer van die windmolenparken nu echt zo slecht? Windenergie is toch een schone manier van energie opwekken?


De molens bij Kinderdijk

Windmolen
Het principe van een windmolen  is eenvoudig. Wieken vangen wind op en draaien vervolgens rond. De eerste Europese windmolens verschenen al zo'n 1000 jaar geleden in Europa. In het Verre Oosten kenden ze dergelijke technieken echter al veel langer. Toch, voor het Nederlands grondgebied is de windmolen uiteindelijk zeer belangrijk gebleken. Zonder poldermolens waren die immense polders namelijk nooit drooggelegd. En wat te denken van de eerste industriële toepassingen zoals die van een zaag- of graanmolen? Die draaiende reuzen hadden dan ook een belangrijke economische functie voor ons land. Later werd de techniek van de windmolen ingehaald door meer elektrische toepassingsmogelijkheden, wat uiteindelijk resulteerde in grootschalige industrialisering. Voor de ouderwetse windmolen - waar er helaas veel van zijn afgebroken -  restte slechts de cultuurhistorische waarde en de herinnering aan tijden van weleer.

Toekomstige generaties
De functie van de ouderwetse windmolen is nu meer educatief van aard geworden. En toch komen er wel weer meer molens bij. Ze zien er tegenwoordig alleen iets anders uit en er woont ook geen molenaar meer in. Wel zijn ze erg nuttig, want met die moderne windmolens kan energie worden opgewekt. En dat is maar goed ook, want ruim 10 miljoen Nederlandse huishoudens gebruiken nogal wat energie anno 2016. Een gemiddeld huishouden verbruikt jaarlijks zo'n 3500kWh. Wanneer je nagaat dat één moderne windmolen jaarlijks zo'n 600 huishoudens van elektriciteit kan voorzien, zouden we met een kleine 20.000 van die molens een heel eind komen. Voordat een moderne molen is ontwikkeld moeten er investeringen worden gedaan, en het ding moet worden geproduceerd. Dat kost ook allemaal geld en energie. Maar het is een stap in de goede richting. Zeker wanneer je een klein beetje mededogen hebt met onze toekomstige generaties.

Duurzaam
Volgens het CBS is het energieverbruik sinds de jaren vijftig zeer toegenomen en dat is natuurlijk logisch met de enorme opkomst van al die elektrische apparaten. In ieder geval reden genoeg om op zoek te gaan naar vormen van duurzame energie. De overheid heeft in dat verlengde gesteld dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt. Zo hoopt men de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Een flinke uitdaging want op dit moment voert Nederland nog een Europees achterhoedegevecht waar het gaat om opwekken van duurzame energie. 
De doelstelling is om in 2050 alle energie duurzaam op te wekken. Daar zal op zich niemand tegen zijn, en dat was dus ook niet het argument van diegenen die mij probeerden te verleiden tot het tekenen van die petitie. De zieltjeswinners (niet vervelend bedoeld) waren juist vóór windenergie, alleen mocht het uitzicht niet worden vervuild. Want als mensen aan het strand zitten is het niet leuk dat er windmolens zichtbaar zijn. En voor ondernemers zou dat wel eens tegenvallende omzet kunnen opleveren. Maar aan de kust is nu wel eenmaal de meeste wind en daar heeft zo'n molen nou juist profijt van.

Gratis wind
Misschien is het niet geheel toevallig dat de opkomst van de eerder genoemde industrialisatie juist de reden is dat de moderne windmolen haar wedergeboorte heeft beleefd. Fabriceren heeft nu eenmaal energie nodig en wind is, en blijft, gratis. Ik ben het eens met het feit dat het niet echt een fraai gezicht wanneer je op het strand zit, maar de molens houden toch de zon niet tegen? Andere argumenten als; 'vogels hebben er last van' of 'het waait niet genoeg', zijn volgens mij eveneens klinkklare onzin. Een alternatief zou kunnen zijn dat we met zijn allen wat minder energie gaan gebruiken. Maar dat zie ik ook niet gebeuren. Ik vrees dan ook dat we er maar aan moeten wennen dat het uitzicht een beetje verandert. Ons nageslacht zal ons dankbaar zijn.


Windmolenpark in de Noordzee





donderdag 11 augustus 2016

Een Olympische gedachte

Olympische Spelen
De Olympische Spelen in Rio zijn in volle gang. Een beetje teleurstellend tot nu toe voor de Nederlandse equipe. De zwemmers hebben de supervorm helaas nog niet te pakken en dat geldt ook voor de meeste judoka's en roeiers. De volleybalsters en hockeyteams groeien daarentegen in het toernooi. Gouden vreugdetranen waren er wel al voor Anna van der Breggen die bij het wielrennen verdiend won. Een knappe prestatie nadat haar teamgenoot in een gevaarlijke afdaling vlak voor de finish keihard onderuit was gegaan. Wat me opvalt is dat het nog niet echt druk is in de stadions. Ondanks de trots van de Brazilianen vond ik het ook langs de weg en op het strand vrij rustig ogen. Zijn de kaartjes te duur of zijn het de virus-verspreidende muggen? Zaten die Brazilianen wel op de Spelen te wachten?

Kosten
Organiseren van zo'n sportfeest kost veel geld. De wedstrijden en alles wat daar direct bij hoort kost alleen al ruim 2 miljard euro (bron: Nationaal olympisch comité). Die kosten moeten uiteraard worden terugverdiend. Alleen daarom al moeten de tribunes denk ik zeker nog wat voller. Het Internationaal olympisch comité zal vervolgens waar nodig ook een duit in het zakje doen, zodat dat gedeelte als het goed is kostenneutraal blijft voor Brazilië. Maar wat te denken van de aanleg van al die accommodaties voor bijvoorbeeld huisvesting en stadions? Of de infrastructuur? Een veel grotere kostenpost natuurlijk welke door de publieke sector van het organiserende land zelf moet worden gefinancierd. Het kost waarschijnlijk nog vele jaren voordat die leningen zijn terugbetaald. De geschiedenis leert ons dat de totale kosten de begroting bijna altijd fors overschrijden. Ik vraag me of dat voor dit gastland wenselijk is. Het WK voetbal 2014 heeft immers ook al miljarden gekost. Eerlijk is eerlijk, er zijn ook banen gecreëerd en sommige ondernemers kunnen links en rechts best wat verdienen aan het evenement. Toch spelen er ook problemen van een andere orde in het gastland.

Favela's
Armoede is een groot probleem in de opkomende economie waartoe Brazilië behoort. De leefomstandigheden rondom de steden zijn er over het algemeen niet al te best. De vele favela's met in elkaar geknutselde huisjes vormen de basis voor criminaliteit, waarin drugsbendes met de autoriteiten strijden om de macht. Er is sprake van kinderarbeid en er heerst nog altijd volop analfabetisme onder het deel van de bevolking dat overwegend anarchistische denkbeelden heeft. Dagelijks komen gemiddeld 16 mensen om het leven door moord, maar dat nieuws haalt doorgaans de journaals niet eens meer. Van de 190 miljoen inwoners leeft 6% in armoede. Dat zijn wel een hoop mensen hoor. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat de bewoners van die favela's met heel andere ogen naar de Olympische Spelen kijken.

De stijgende onvrede en kritiek leidden er in mei van dit jaar toe dat president Roussef op non-actief werd gesteld. Aanvankelijk leek zij nog de armoede en corruptie te kunnen bestrijden, maar door de aanhoudende recessie stegen noodgedwongen de prijzen en werden pensioenen gekort. Dit werd haar niet in dank afgenomen waarna zij het veld moest ruimen. Tevens wordt haar rol bij een corruptiezaak onderzocht. Op dit moment heerst er verdeeldheid in het land waarbij de traditionele strijd tussen arm en rijk onderhuids voedingsbodem is voor ongeregeldheden. Ik hoop voor Brazilië dat stabiliteit er terugkeert. Zal de Olympische spelen daaraan gaan bijdragen?

Pierre de Coubertin
Pierre de Coubertin
(1863 - 1937)
Door de Spelen ligt Brazilië nu onder een vergrootglas. Toch denk ik niet dat al die vreemde ogen ineens kunnen dwingen om de problemen in het land op te lossen. Nee, dergelijke problemen worden niet opgelost met een drie weken durend sportfestijn. Sporten kan daarentegen wel bijdragen aan het welzijn van mensen. Dat vond ook Pierre de Coubertin, de grondlegger van de moderne Olympische Spelen. Hij was het, die na vijftien eeuwen van afwezigheid, zich inspande voor herinvoering van de Olympische Spelen, wat hem uiteindelijk in 1896 ook is gelukt. Alleen vanaf dat moment niet meer om de Goden te eren, zoals dat voor de Grieken gedurende de Klassieke Oudheid nog gebruikelijk was. Een beroemde uitspraak van hem luidde: "The important thing in life is not the triumph but the fight, the essential thing is not to have won, but to have fought well." Nou, misschien dat een enkele atleet vindt dat meedoen al mooi is, maar ik vermoed dat de ware atleet alleen echt blij is met de hoogste trede. En wat te denken van de bewoners van de favela's? Zij zouden wel eens een heel andere uitleg kunnen geven aan de woorden van de Fransman. Een goed gevecht leveren vond de Coubertin nóg belangrijker dan winnen. Laat het de favela-bewoners maar niet horen.